Scholarly article on topic 'Boekbespreking - Nicoline van der Sijs, Nederlandse woorden wereldwijd. Den Haag, SDU Uitgevers, 2010. 747 pp. ISBN 901 2582 148. € 64,90.'

Boekbespreking - Nicoline van der Sijs, Nederlandse woorden wereldwijd. Den Haag, SDU Uitgevers, 2010. 747 pp. ISBN 901 2582 148. € 64,90. Academic research paper on "Languages and literature"

0
0
Share paper
Academic journal
Internationale Neerlandistiek
OECD Field of science
Keywords
{""}

Academic research paper on topic "Boekbespreking - Nicoline van der Sijs, Nederlandse woorden wereldwijd. Den Haag, SDU Uitgevers, 2010. 747 pp. ISBN 901 2582 148. € 64,90."

Nicoline van der Sijs, Nederlandse woorden wereldwijd. Den Haag, SDU

Uitgevers, 2010. 747 pp. ISBN 901 2582 148. € 64,90.

Het eerste naslagwerk over Nederlandse uitleenwoorden

In de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag worden reeds zestig boeken vermeld waarvan de Leidse neerlandica en slaviste Nicoline van der Sijs auteur, medeauteur, redacteur of editeur is. Haar publicaties, die zij vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw met de regelmaat van de klok doet verschijnen, betreffen vooral de geschiedenis van het Nederlands en de etymologie van de Nederlandse woordenschat. Sinds geruime tijd toont zij ook een bijzondere belangstelling voor leenwoorden in het Nederlands en uitleenwoorden van het Nederlands in andere talen. Daarvan getuigt de indrukwekkende lijst van tien boeken die ze aan deze laatste problematiek heeft besteed: Leenwoordenboek: de invloed van andere talen op het Nederlands (1996), Nederlands in het buitenland, buitenlands in het Nederlands (1997), Geleend en uitgeleend: Nederlandse woorden in andere talen & an-dersom (1998), Nota bene: de invloed van het Latijn en Grieks op het Nederlands (2000), Uit Oost en West: verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië (2003), Groot leenwoordenboek (2005), Klein uitleenwoordenboek (2006), Cookies, coleslaw, and stoops: the influence of Dutch on the North American Languages (2009), Yankees, cookies en dollars: de invloed van het Nederlands op de Noord-Amerikaanse talen (2009) en Nederlandse woorden wereldwijd (2010).

Het recente naslagwerk Nederlandse woorden wereldwijd, dat 747 bladzijden telt, is de topprestatie van Van der Sijs op het gebied van uitleningen van het Nederlands aan andere talen. Het bestaat uit twee gedeelten: een theoretische inleiding en een woordenboek van Nederlandse uitleenwoorden. De opbouw van beide gedeelten mag optimaal en gebruikersvriendelijk worden genoemd. In deel 1, dit wil zeggen in de inleiding (pp. 1-160), worden cruciale aspecten van vooral uitleenwoorden behandeld. Dit gedeelte is in vier hoofdstukken onderverdeeld waarop we hier in het kort zullen ingaan.

In hoofdstuk 1, 'De gegevens in het alfabetisch lexicon', belicht Van der Sijs hoe zij de database van Nederlandse uitleenwoorden heeft opgebouwd. Zij had hier - in principe - drie verschillende excerperingsmogelijkheden ter beschik-king. In geval van de Germaanse, Romaanse en Slavische talen en ook in het geval van het Indonesisch was dit relatief gemakkelijk, want hier kon ze zich baseren op recente etymologische woordenboeken of verklarende woordenboeken met historische en etymologische informatie. Bij gebrek aan dergelijke etymologische naslagwerken moest zij gebruik maken van Nederlands-vreemdtalige vertaal-woordenboeken. Wat talen betreft die lexicografisch nog niet beschreven zijn was zij echter genoodzaakt terug te grijpen op andere bruikbare schriftelijke bronnen. Voor het Aucaans bijvoorbeeld, een creooltaal in het oosten van Suriname, heeft zij alle potentiële Nederlandse uitleenwoorden geëxcerpeerd uit een

reisgidsje (p. 7). Het ligt natuurlijk voor de hand dat de zo gewonnen gegevens geenszins aanspraak kunnen maken op volledigheid. Van der Sijs' speurzin en doorzettingsvermogen verdienen hier echter lof van alle vakgenoten.

In hoofdstuk 2, 'Taalcontacten', schetst Van der Sijs de contacten die Neder-landstaligen tot nu toe met andere volkeren van de wereld hadden. Per werelddeel worden talen opgesomd waarmee het Nederlands in contact is geweest. Tevens vindt men hier een alfabetisch overzicht van 138 talen die ten minste een Nederlands woord hebben overgenomen. Ook wordt iedere taal beknopt gekarakteri-seerd: dit wil zeggen de taalfamilie, het verspreidingsgebied, de geschiedenis, het aantal moedertaalsprekers en het aantal en de aard van de ontleende Nederlandse woorden.

In hoofdstuk 3, 'Aantallen uitleenwoorden per taal en periode', verstreikt Van der Sijs belangrijke statistische gegevens over Nederlandse uitleenwoorden die in overzichtelijke tabellen zijn opgenomen. In totaal heeft zij 17560 Nederlandse woorden gevonden die ze als ontleningen heeft bestempeld in 138 geanalyseerde talen. De top tien ervan vormen: het Indonesisch (5568), Negerhollands (3597), Sranantongo (2438), Papiaments (2242), Deens (2237), Zweeds (2164), Fries (1991), Noors (1948), Engels (1692) en Frans (1656). Tussen ronde haakjes staan de ontleningsaantallen. Over de meeste uitleenwoorden beschikken het Indonesisch, Negerhollands, Sranantongo en Papiaments, dus de talen die het nauwst zijn verbonden met het koloniale verleden van Nederland. Uiterst opmerkelijk is het ontbreken - zonder uitdrukkelijke vermelding van redenen - van het Afrikaans (p. 140). Het Deens, Zweeds, Fries, Noors, Engels en Frans zijn daarente-gen de buurtalen van het Nederlands. Tot de hekkensluiters behoren het klassieke Arabisch, Bemba in Noord-Zambia, Fon in Ghana, Lingala in de Democratische Republiek Congo, Malagasi in Madagaskar en Western-Abnaki in Canada. Ze beschikken telkens slechts over een Nederlandse ontlening. Zeer belangrijk is ook de datering van de onderzochte Nederlandse uitleenwoorden. Daarbij worden ze door Van der Sijs ingedeeld in drie chronologische ontleningstypen: a) tot 1500, b) tussen 1500-1800 en c) na 1800.

Opvallend en instructief zijn ook de gegevens over het aantal leenwoorden in het Nederlands die Van der Sijs verstrekt. In het Etymologisch woordenboek van Van Dale uit 1997 heeft zij 17736 dergelijke woorden vastgesteld. Het aantal uitge-leende Nederlandse woorden - 17560, en het aantal van door het Nederlands ontleende woorden - 17736, zijn dus van dezelfde orde van grootte. Daarbij hebben acht talen de meeste leenwoorden aan het Nederlands geleverd: het Frans - 4605, Latijn -1905, Engels (Brits- en Amerikaans-Engels) -1849, Duits -1045, Italiaans - 360, Spaans - 169, Indonesisch -109 en Jiddisch -107.

In hoofdstuk 4, 'Het soort woorden dat is uitgeleend', laat Van der Sijs zien dat zelfstandige naamwoorden met 72.1% de talrijkste groep vormen onder de Nederlandse uitleenwoorden. Daarop volgen werkwoorden met 13.1% en bijvoeglijke naamwoorden met 10.7%. Verder werden deze uitleningen in de volgende 22

woordvelden ingedeeld: wetenschap, mensenwereld, sociaal leven, scheepvaart, overheid, consumptie, dierenrijk, taalkunde, handel, kunst, werk & industrie, plantenrijk, aardrijk, leger, religie, communicatee, voortbewegen, sport & spel, zintuiglijkheden, tijd, muziek en letterkunde. Woorden die tot de eerste vijf woordvelden behoren omvatten 49.7% van het onderzochte corpus van Nederlandse uitleenwoorden.

Verder heeft Van der Sijs de 61 meest uitgeleende Nederlandse woorden vastge-steld en ze in volgende veertien woordvelden ingedeeld: 1) werk & industrie: baas, balk, boom ('disselboom enzovoort'), boor, haak, horloge, kantoor, kok, kous ('waterdicht bekleedsel, metalen ring'), kran, pen ('pin'), pomp, schop, schroef, trap, 2) consumptie: bak(je) ('kom'), bier, blik(je), bottel, brandewijn, glas, jenever, koek(jes), koffie, pot, soep, suiker, thee, zoopje, 3) sociaal leven: boek, doos, kaart ('karton etc.'), kamer, kous ('sok'), lamp, pak, pen ('schrijfpen'), school, zak, 4) scheepvaart: bak ('dekdeel'), boei, dok, jacht, kapitein ('op schip'), kooi ('slaapvertrek'), lood ('echolood'), matroos, sloep, 5) handel: beurs, cent, duit, gulden, makelaar, 6) wetenschap: gas, lood ('chemisch element'), potas, 7) dierenrijk: kalkoen, kooi ('hok'), 8) leger: bolwerk, kapitein ('legerrang'), 9) voortbewegen: vracht, wagen, 10) sport & spel: kaart ('speelkaart'), loterij, 11) plantenrijk: boom ('houtachtig gewas'), 12) aardrijk: polder, 13) communicatee: plakkaat, 14) muziek:fluit.

Het tweede deel, namelijk het 'Alfabetisch lexicon van Nederlandse uitleenwoorden' (pp. 161-723), is niet alleen meer dan drie keer zo omvangrijk als het eerste deel, maar heeft ook een ander karakter. Het is de eigenlijke kern van het naslagwerk. Hiervindt men een alfabetische lijstvan de onderzochte Nederlandse ontleningen. Bij elk trefwoord wordt vermeld in welke talen het is uitgeleend en welke vorm het erin heeft. Vereenvoudigde transcriptie van de uitspraak wordt toegepast indien de taal in kwestie geen Latijns alfabet gebruikt. Tevens wordt aangeduid of de uitlening direct heeft plaatsgevonden of via een andere taal die als doorgeefluik heeft gediend. Genoteerd wordt ook of een dergelijk uitleen-woord eventuele betekenisverandering(en) heeft ondergaan in de ontlenende taal.

In twijfelgevallen vermeldt Van der Sijs - naast het Nederlands - nog een andere mogelijke brontaal, bijvoorbeeld het Nederduits, Afrikaans of Engels. Wat dat betreft is hier dus nog nader onderzoek noodzakelijk. Bovendien zou men hier meer aandacht moeten besteden aan de onderlinge verhouding tussen de woordenschat a) van het Nederlands en het Afrikaans als de dochtertaal ervan, en b) van het Nederlands en het daarmee zeer nauw verwante Nederduits.

De omvangrijke bibliografie omvat 21 bladzijden. Bij 128 geanalyseerde talen zijn lacunes in de literatuurlijst uiteraard onvermijdelijk. Wenselijk zou het bijvoorbeeld zijn ook nog vier recente etymologische woordenboeken van het Pools in aanmerking te nemen.

Het monnikenwerk van Nicoline van der Sijs dwingt erkenning en bewonde-ring af als de eerste inventaris van 17.560 Nederlandse ontleningen in 138 talen.

Het is ook een aan specialisten gerichte uitnodiging om de aanpassing ervan in deze talen te onderzoeken.

Stanislaw Prçdota

Jan Stroop, Hun hebben de taal verkwanseld. Over Poldernederlands, 'fout'

Nederlands en ABN. Amsterdam, Athenaeum - Polak & Van Gennep, 2010.

231 pp. ISBN 978 90 253 6743 5. € 17,95.

Het Nederlandse Nederlands in beweging: vooruitgang of achteruitgang?

Jan Stroops boek met de ophefmakende titel Hun hebben de taal verkwanseld gaat in hoofdzaak over kenmerken van het gesproken Nederlands dat vandaag de dag in Nederland te horen is. Het bevat vier hoofdstukken: 1. Tussen 'fout' en fout, 2. Spelling en Spraak, 3. Poldernederlands, 4. ABN en Standaardnederlands.

Ongeveer de helft van de stukjes die in dit boek gebundeld worden, zijn eerder versehenen in diverse kranten en tijdschriften, waaronder de Volkskrant, De Groene Amsterdammer, VARAgids, NRC Handelsblad, Vaktaal, Onze Taal. De andere stukjes worden in dit boek voor het eerst gepubliceerd.

De constructie hun hebben, die in de Nederlandse media heel wat stof heeft doen opwaaien - denk maar aan het dispuut tussen minister Plasterk en taalkundige Helen de Hoop in het tv-programma 'De Wereld Draait Door' van 9 februari 2010 - opent het hoofdstuk over 'fout' en fout Nederlands. Met 'fout' (zogenaamd fout) Nederlands bedoelt Stroop alle verschijnselen die afwijken van het ABN en daarom als bronnen van taalverloedering beschouwd worden, maar die niet in strijd zijn met de Nederlandse grammatica. Echt fout zijn volgens Stroop con-structies die ongrammaticaal zijn, bijvoorbeeld dat ze nog steeds is ongetrouwd (Stroop 2010, p. 9).

Dat het onderscheid tussen 'fout' en fout Nederlands subjectief is, blijkt als men met Vlaamse oren luistert naar de verschijnselen die Stroop als 'fout' Nederlands beschouwt. Voor een moedertaalspreker van het Belgisch-Nederlands zijn 'foute' constructies als hun hebben ergeen verstand van, hij hebgoeie benen, er kwam een leuke meisje voorbij, we moeten realiseren dat misbruik bestaat ronduit ongrammaticaal; je zult ze in Vlaanderen niet horen. Andere verschijnselen die Stroop in zijn boek behandelt, zijn klassiekers uit de taalnormerings- en -adviseringspraktijk, bijvoorbeeld de verwarring tussen groter dan en groter als, waarbij het pleit na drie eeuwen taalnormering nog niet beslecht is, de samenval van liggen / leggen en kunnen / kennen, de volgorde hebben verkwanseld tegenover verkwanseld hebben, het gevoel voor